8 december vond het Werksymposium Goede Start plaats. Paul Asbreuk is hiervan de projectleider. Lees hier zijn verslag:

Goede Start is het onderdeel van Kans voor de Veenkoloniën dat zich richt op een gezondere – en meer kansrijke volgende generatie inwoners van de Veenkoloniën.



Binnen Goede Start wordt samengewerkt tussen de gemeente, het CJG, de verloskundigen, de kraamverzorgenden en de moeder- en kind zorg van de ziekenhuizen. Het doel is om gezinnen rondom zwangerschap, geboorte en opvoeding zo goed mogelijk te ondersteunen.
Sinds 2010 bestaat deze samenwerking in Hoogeveen en in 2016 is deze samenwerking gestart in de drie andere gemeenten van de Veenkoloniën waar een ziekenhuis staat (Oldambt, Stadskanaal en Emmen). Zo hebben we vier regioteams waar de omliggende gemeenten bij kunnen aansluiten als de basis van de samenwerking goed staat.

Voor het jaarcongres van het College Perinatale Zorg is deze opname gemaakt van Goede Start in Hoogeveen.

goedestart

Donderdag 8 december zijn leden van de regioteams bij elkaar geweest in de Tamboer (Hoogeveen) voor een werksymposium. Elk regioteam gaat in de komende jaren een onderdeel van Goede Start ontwikkelen die door de andere regioteams kan worden overgenomen. Tijdens het werksymposium is hier een start mee gemaakt. Elke workshop werd begeleid door een lid van het regioteam en een deskundige.

Het regioteam Ommelanden (Oldambt en omstreken) gaat een aanpak opzetten rondom het thema “werken aan armoede”. Veel indruk maakte de inbreng van workshopbegeleider Heidi van der Laan die ervaringsdeskundige is. Mensen die zelf in armoede hebben geleefd (ervaringsdeskundigen) vangen gemiddeld meer signalen op bij gezinnen die in armoede leven dan professionals. Ook worden zij in hogere mate erkend door deze gezinnen. Stichting Mens en maatschappij, als expert aanwezig, heeft in Oost Groningen een aanpak ontwikkeld voor het opleiden en inzetten van ervaringsdeskundigen. Het is een mogelijkheid om “wij (de inwoners)” en “jullie (de zorgverleners)” dichter bij elkaar te brengen. Een mooie opening voor een meer succesvolle aanpak. Hieronder de aanbevelingen en adviezen die door de deelnemers zijn meegegeven:

• Investeer in het opleiden en inzetten van ervaringsdeskundigen in de regio’s. Dit zo dicht mogelijk bij de eerste lijn.
• Betrek het bedrijfsleven bij goede Start. Optie; basisinkomen voor iedereen.
• Zorg voor een goede aansluiting in het werkveld.
• We denken als professionals zo veel vanuit ons aanbod mogelijkheid. Wat kunnen wij bieden. Maar wanneer sluiten we aan? Wat is de echte vraag?
• Als werkveld moeten we ons realiseren; is er wel een directe vraag? Wellicht moet je alleen investeren in het opbouwen van een contact zonder doel. Met een doel kom je dichtbij de angst van de inwoner.
• Kleine stapjes maken als er veel problemen in een gezin zijn. Niet te ambitieus zijn.
• Niet vanuit je eigen normen en waarden denken.

Regioteam ZO-Groningen (Stadskanaal en omstreken) heeft “rookvrij opgroeien” als thema gekozen. De boodschap van expert Robert van de Graaf (verslavingsarts VNN) was helder. Tabaksverslaving moet net zo worden behandeld als alcohol en drugs. Of zoals vastgelegd in een stelling tijdens de workshop:

“Roken is een verslaving, dus een kind van een roker is een kind van een verslaafde”.

De andere stelling was: “Alle kinderen moeten rook-vrij opgroeien”.

Door meer en beter samen te werken zullen meer rokers dan nu gaan stoppen met roken en gestopt blijven. Een vertrekpunt dat goed aansluit bij de opzet van Goede Start. Meer inhoudelijke terugkoppeling over deze workshop volgt later.

In ZO-Drenthe (Emmen en omstreken) heeft het regioteam “op gezond gewicht” gekozen als thema voor een gezamenlijke aanpak. Janne de Ruyter, wetenschapper op het gebied van voeding en kinderpsychologie, begeleidde de workshop waarin werd aangeven dat vroegtijdig en langdurige inzet op gezonde leefstijl gewenst is. Begeleiding in groepsverband versterkt het effect. Een video laat zien dat omgevingsfactoren ook invloed hebben. Vermijd aanbod van ongezonde voeding op school, bij de sportclub en in het ziekenhuis. Troost en/of verwen je (klein)kinderen niet met ongezond eten of drinken. Er zijn veel aanknopingspunten, maar het is een uitdaging om een effectieve aanpak op te stellen die we een generatielang kunnen volhouden. Enkele andere punten die door de deelnemers zijn meegegeven:

• Op dit moment hebben verloskundigen onvoldoende kennis/expertise/tijd om de juiste leefstijl coaching te kunnen geven aan zwangere vrouwen.
• Tijdens centering pregnancy leefstijl bespreken werkt goed door de kracht van de groep.
• Leefstijl coaching tijdens de zwangerschap eigenlijk te laat komt. Je zou eigenlijk in de preconceptie fase willen zitten. Leefstijl coaching zou moeten zijn ondergebracht op alle basisscholen en middelbare scholen
• Idealiter verwijst de verloskundige door naar een andere partij die de leefstijl coaching verzorgt. Het is belangrijk dat hier continuïteit in zit; dat deze coaching niet eenmalig is maar bestaat uit aantal sessies, en mogelijk ook doorgaat nadat het kind is geboren. Ook is het belangrijk dat de verloskundige op de hoogte blijft van hetgeen tijdens de leefstijl coaching aan bod komt.
• Het is vooral lastig om de motivatie van zwangeren vast te houden; verloskundigen hebben de boodschap wel scherp, maar hoe krijg je het gedaan in de praktijk. Hier hebben ze geen tools voor in handen. De vraag is of die makkelijk te vinden zijn voor verloskundigen?

“Laaggeletterdheid” is het thema waaraan regioteam ZO-Drenthe (Hoogeveen en omstreken) gaat werken. De workshop is door het regioteam opgepakt in samenwerking met de stichting lezen en schrijven. Hiermee is de basis gelegd voor een vruchtbare samenwerking. Stichting lezen en schrijven kan de professionals trainen in het herkennen van laaggeletterdheid en het begeleiden van mensen met laaggeletterdheid. Een ander doel is om meer laaggeletterde mensen te motiveren om aan hun eigen taalontwikkeling te werken. Dit kan door een goede aansluiting naar taalhuizen en andere initiatieven van stichting lezen en schrijven. Enkele punten uit de inbreng van de deelnemers:

• Aandacht voor laaggeletterdheid is veelal in de laag opgeleiden en allochtonen groep. Dat dit ook in autochtone opgeleide groep mogelijk is was nog relatief nieuw.
• Deelnemers geven aan dat zij graag handvaten ontvangen voor het signaleren van laaggeletterdheid.
• Er is behoefte aan materiaal, aangezien materiaal wat nu voor handen is, vaak geschreven is op te hoog niveau. De doelgroep kan hier geen gebruik van maken.
• Signaleren en wat dan? Hoe kan je doorverwijzen en hoe vervolg je zorgtraject?
• Deelnemers hebben behoefte om voorlichting te krijgen over omgaan met laaggeletterdheid

Naast de workshops op inhoudelijke thema’s is er aandacht gegeven aan het organiseren van een brede- en duurzame samenwerking.

In het plenaire gedeelte benoemd Koos van der Velden (hoogleraar publieke gezondheid) een aantal verontrustende feiten over Nederland:

• Er zijn 2.2 miljoen mensen licht verstandelijk beperkt o.a. gelinkt aan zwangerschap en geboorte (bron SCP Zorg Beter Begrepen)
• 15% van de zwangeren heeft obesitas
• 7% van de zwangeren rookt tijdens de zwangerschap.
• 60% van de zwangeren drinkt tijdens de zwangerschap van tijd tot tijd alcohol.
• Naar schatting zijn er 2020 670.000 ‘Cancer survivors’ met daaronder veel a.s. moeders.

Het zorgsysteem in Nederland is complex en slecht georganiseerd. Dit baart nog grotere zorgen dan de toenemende zorgbehoefte. Er is geen sturing op kosten effectieve zorgverlening. Zo ziet het Nederlandse zorgsysteem er uit:

zorgsysteem

Er is behoefte aan een deltaplan voor betere gezondheidszorg. Gezamenlijk bruggen bouwen, dammen opwerpen en dijken verhogen om de gezondheid van de bevolking te verbeteren.

Hiervan is de basis: ‘Gezond oud worden begint in de baarmoeder´.

Dit begint met Integrale geboortezorg door de samenwerking binnen het VSV (verloskundig samenwerkingsverband van verloskundigen, kraamzorg, moeder & kind zorg ziekenhuis). Na de geboorte wordt de samenwerking voortgezet met partijen die bij die leeftijd van het kind passen. Het gaat dan om integrale zorg voor jeugd dus Jeugdgezondheidszorg (JGZ) / kindergeneeskunde (KG) , jeugd geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en jeugdzorg ineen. Daarnaast is er verbinding nodig tussen de medische zorg en de publieke gezondheidszorg binnen het sociaal domein op wijkniveau. Voor kwetsbare groepen zijn er gerichte nationale programma´s nodig zoals mogelijk gemaakt binnen KvdVK / Goede Start.

In de workshop “de rol van de gemeente binnen Goede Start” is hierover onder begeleiding van Koos van der Velden discussie gevoerd. Vanuit de wet publieke gezondheid heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor het organiseren van de aansluiting tussen medische- en publieke gezondheid in haar regio. In Nederland zijn er bij preventie rondom geboortezorg veel initiatieven, maar is er weinig overkoepelende organisatie. Hoe kunnen gemeenten deze rol oppakken en het voortouw nemen bij de gewenste veranderingen? Aan de hand van onderstaande punten uit “Moeders van Rotterdam” wordt dit besproken:

o If we combine medical and social risk assessment during early pregnancy,
then we can identify the most vulnerable women and children at risk
o If we ensure close cooperation between medical and social care,
then we can provide holistic and more effective care
o If we provide personalized care intensively,
then we can reduce stress, improve life and parenting skills and increase self sufficiency
o If we reduce stress and women become self sufficient,
then we improve the likelihood of a healthy new-born, safe bonding and optimal child development
o If children are born healthy and develop optimally,
then this will increase the likelihood of leading happy and healthy lives
o If women become self sufficient and we increase the likelihood of healthy development,
then we save government expenditure and increase income (tax revenue)

Na afloop van de discussie blijkt dat er nog veel mogelijkheden zijn om meer rendement door betere coördinatie en meer verbinding.

De uitdaging aan de gemeente is om een stabiele organisatie vorm te geven voor de coördinatie van alle losse projecten / initiatieven.

Kwalitatief goede- en duurzame zorg was het onderwerp van de workshop “Goede start en bekostiging”.

De belangrijkste vrucht van Goede Start is een gezondere volgende generatie kinderen. Maar hierdoor plukken we ook de besparingen op zorg- en publieke kosten. Waarom zijn we enthousiast over Goede Start en investeren we met z’n allen hierin tijd (en dus geld). Iedereen is het erover eens dat een gezamenlijke preventieve aanpak (vroeg erbij) vruchten afwerpt.

Waarin gaat Goede Start investeren:

• Periodieke brede signalering door de zorgprofessional (verloskundige, samen met het gezin als basis voor een gerichte ondersteuning. Bijna elke zwangere bezoekt een verloskundige waardoor ook zorgmijders beter zichtbaar worden.
• Optimaliseren aansluiting tussen gesignaleerde behoefte en best passende ondersteuning die beschikbaar is in de regio.
• Toename van ondersteuning van kwetsbare gezinnen. Door de brede signalering komen meer problemen en meer gezinnen in beeld.
• Hogere kosten van sommige ondersteuningstrajecten. Ondersteuning van “rookvrij opgroeien” tijdens de zwangerschap heeft beperkte waarde als dit niet wordt voortgezet nadat het kind is geboren.
• Hogere kosten van gezamenlijke preventie. Twee voorbeelden worden benoemd. Door het aanbieden van groepsgerichte begeleiding tijdens de zwangerschap (centering pregnancy) is er acht keer zoveel contacttijd. Een groot deel hiervan wordt besteedt aan preventie. De huidige bekostiging is niet dekkend. Het tweede voorbeeld is een gezamenlijke uitvoering van anticonceptievoorlichting aan jongeren.

Wat levert deze investering op:

• Minder zorgkosten door gezondere baby’s. Alleen al het inzetten van centering pregnancy leidt tot minder vroeggeboortes, beter geboortegewicht en langer voortzetten van borstvoeding. Ook worden de zwangeren meer zelfbewust en kunnen zij beter de regie nemen over hun leven. Dit leidt tot vroegere signalering door de zwangere zelf waardoor in een vroeger stadium de juiste ondersteuning kan worden aangeboden.
• Lagere zorgkosten in het verdere leven van het kind.
• Minder maatschappelijke kosten door gezondere kinderen: minder ondersteuning op school, gemiddeld betere opleiding, minder kans op jeugdwerkloosheid.

Het dilemma voor de bekostiging is dat vanaf nu jaarlijks de extra kosten worden gemaakt en dat pas in de loop van de jaren de besparingen tot stand komen.

Een manier om de kosten in de komende jaren te financieren is shared savings.

Het principe is dat alle betrokken partijen gezamenlijk zorgen voor de bekostiging van de activiteiten. Deze bekostiging komt uit de besparingen die gezamenlijk gerealiseerd worden.

KvdVK heeft de intentie om een aantal pilots voor shared savings op te zetten. Goede Start zal hiervan een onderdeel zijn. Meer informatie hierover vindt u hier.

Na afloop van de workshops hebben de dagvoorzitter (burgemeester Karel Loohuis van de gemeente Hoogeveen) en troubadour Erwin de Vries samen enkele hoogtepunten van het werksymposium terug gegeven aan de deelnemers.
In het bijzonder danken we Erwin de Vries, die als afsluiter zijn nieuwe lied ten gehore heeft gebracht; – Bemui Die – welke het leven van de Veenkoloniaal bezingt. Als Veenkoloniaal sta je er niet alleen voor.
Erwin

Namens Kans voor de Veenkoloniën en Goede Start wil ik iedereen bedanken voor zijn/haar bijdrage en wens ik dat we in 2017 een grote stap kunnen zetten richting een gezondere volgende generatie kinderen in de Veenkoloniën.


Voor meer informatie over Goede Start kunt u contact met mij opnemen:

Paul Asbreuk
Projectleider Goede Start
06 – 22103062
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.